Geschiedenis
In het besluit van 14 april 1936 van de provinciegouverneur, betreffende de algemene organisatie der brandweerdiensten (KB van 15 maart 1935), werd Beringen aangewezen als “Centrale Gewestelijke Brandweergroep Beringen”. Het aantal inwoners van de tien aangesloten gemeenten bedroeg toen 37.349. Bij gebrek aan staatstoelagen en overeenkomsten tussen de omliggende gemeenten, werd het nodige materiaal nooit aangekocht. Gedurende wereldoorlog II werd de brandweerdienst waargenomen door de personeelsleden van de “Passieve Luchtverdediging”. In augustus 1941 zijn verschillende hoevebranden uitgebroken in Limburg en door een brief van de gouverneur van 16 september 1941 zijn onmiddellijk onderhandelingen begonnen. Op 6 november 1941 werd een grondreglement opgesteld maar afgekeurd door de gouverneur op 5 december 1941. Ondanks het afgekeurd grondreglement werd hier de bakermat van de Beringse brandweer gelegd. Het eerste geldig grondreglement werd opgesteld door het Schepencollege van 11 januari 1943. Dit werd goedgekeurd door de Heer Gouverneur Leyssen op 28 januari 1943 en voorzag 15 leden. De eerste pomp van de brandweer van Beringen dateerde van 16 Mei 1945 geleverd door het huis
“R. Wasterlain” te Jette. De pomp op aanhangwagen had een debiet van 1.000 l/min bij 8 kg/cm2 en werd aangedreven door een benzinemotor. De eerste brandweerslangen werden geleverd door het ministerie van Binnenlandse Zaken op 16 oktober 1945. Het besluit van de Heer Gouverneur van 30 mei 1952: “Gelet op de onmogelijkheid van de gemeente Beringen om een degelijk uitgerust brandweerkorps op te richten” werd de gemeente Beringen als Centrum voor “Gewestelijke verdedigingsgroep tegen brandgevaar” afgeschaft, echter niet als eigen brandweer. De oprichting en de organisatie van de brandweer in zijn huidige vorm werd goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 28 juni 1954 en voorzag een autonoom C korps dat zou bestaan
uit 28 manschappen. In 1955 beschikte het brandweerkorps over een motorpomp op aanhangwagen en een paar honderd meters brandweerslangen. In geval van brand moest er steeds beroep gedaan worden op een vrachtwagen om het blusmateriaal ter plaatse te krijgen. De aanvoer van water was in die tijd een groot probleem. In de vroegere jaren was men steeds aangewezen op putten, grachten of beken. De aanleg van een waterleidingsnet over de ganse gemeente bracht hieraan grote verbetering.
Wat Betreft het rollend materieel.
Zoals reeds beschreven beschikte de brandweer over een motorpomp op aanhangwagen. In de lange droge zomer van 1959 kreeg het gemeentebestuur van het Ministerie van Binnenlandse Zaken een vrachtwagen “FORD” ter beschikking samen met 500 m persslangen. Op 9 november 1962 werd door de gemeenteraad beslist om een brandweerpomp te monteren op deze vrachtwagen, later werd er ook nog een watertank, inhoud 1.500L, op gemonteerd. zodat men onmiddellijk de blussingswerken kon beginnen. Een mijlpaal in de geschiedenis van de Beringse Brandweer is zeker de aankoop van een volledig uitgeruste autopomp bij de firma Geens te Grobbendonk.
Deze belangrijke stap werd gezet op 24 augustus 1972.
Op 22 september 1978 werd door bet gemeentebestuur een nieuwe bevrijdingswagen “FORD TRANSIT” ter beschikking gesteld, uitgerust met hydraulisch en pneumatisch materiaal. Op 4 december 1979 werd een halfzware autopomp “DODGE” gekocht inhoud watertank 2.000 liter. In 1980 kwamen volgende voertuigen ons wagenpark aanvullen, nl. een halfzware autopomp “MAGIRUS”, een jeep “LANDROVER” en een autoladder 30 m "Mercedes". In 1982 stelde het gemeentebestuur een tankwagen “MAN” ter beschikking met een waterinhoud
van 12.000 liter. In 1986 werd een personeels— en materiaalwagen gekocht van het merk “CITROEN”. In 1988 werd een snelle autopomp geleverd van het merk “Dodge”. In 1989 werd een commandowagen van het merk “OPEL—KADETT” ter beschikking gesteld. In 1991 werden twee legervoertuigen aangekocht die in eigen beheer omgebouwd werden tot een materiaalwagen en een tankwagen. In 1993 werd de ladderwagen vervangen en in 1997 kwam er een nieuwe halfzware autopomp bij. 2001 was de start om het wagenpark te vernieuwen met een nieuwe bevrijdingswagen een duikwagen en een CP-OPS. In 2002 kwam er een nieuwe boot en in 2003 een materiaalwagen. In 2004 kreeg de Bevelhebber een nieuwe commandowagen 4X4 "Nissan Terrano II" Door de komst van een halfzware autopomp in 2005 en een tankwagen in 2006 mogen we stellen dat onze eerste lijns voertuigen up-to-date zijn. Natuurlijk zijn door de komst van nieuwe voertuigen enkele oude voertuigen uit dienst genomen wat ons wagenpark vandaag brengt op 14 voertuigen.
Hoe werden de brandweermannen gealarmeerd.
De brandmelding en het oproepsysteem voor de brandweerlieden werd in het verleden steeds aangepast en gemoderniseerd. Voor de elektrische sirene bestond, moest men de brandweerlieden en vrijwillige helpers oproepen met een brandklok. De wachtdienst in Beringen, om de brandmelding te ontvangen via de telefoon, is op verschillende manieren geregeld geweest. Vroeger moest één verantwoordelijke van de gemeente verwittigd worden. Vanaf 1955 tot 1976 zijn volgende personen belast geweest met de wachtdienst: De Burgemeester, Bedienden van de gemeente, Commandant Janssens Sylvain, Korporaasl Arien Louis en Laenen Jules. Vanaf 1976 is brandwachter Arien Louis vervangen door de conciërge van het gemeentehuis,
nl. Shops Jozef. Wanneer er een brandmelding of oproep binnenkwam, moest de brandwachter zich eerst nog naar de kazerne begeven om de sirene in werking te stellen. Vanaf 1 september 1977 werd er een permanente wachtdienst geregeld als volgt: Ttijdens de werkuren van het gemeentepersoneel, door het bediende personeel op het gemeentehuis, na de sluitingsuren van het gemeentehuis, door de brandweerlieden, elk om beurt in de kazerne. In de loop van het jaar 1978 werd deze permanente wachtdienst toevertrouwd aan de familie Vanzier die langs de telefoon de sirene kon bedienen. Op 22 februari 1987 werd een individueel oproepsysteem in dienst genomen, beter bekend onder de naam “piepers”. Na een zeer lange periode, waarvoor we de familie Vanzier danken, wenste zij te stoppen met de permanente wachtdienst. Waardoor op 01 maart 2001 de permanente wachtdienst werd overgenomen door de politie van Beringen. Vanaf Januari 2008 worden we rechtstreeks opgeroepen door "100 Hasselt" waardoor we weer een enorme tijdwinst boeken.
Ik wil dit stukje geschiedenis, wat zeker niet volledig is besluiten met de woorden ooit gezegd en neergeschreven door wijlen Luitenant—Bevelhebber Janssens Sylvain. “BERINGEN IS EEN VOLWAARDIG KORPS GEWORDEN”
|